dinsdag 13 augustus 2019

Je hond trainen of leiding geven? Word de leider van je hond met de connectiemethode


‘Mijn hond luistert niet’

-        Mijn hond trekt aan de leiband, en ik krijg het probleem niet opgelost.
-        Mijn hond is afgeleid door de kleinste prikkel, en dan krijg ik geen contact meer met hem.
-        Als mijn hond een andere hond opmerkt, verlies ik de connectie met hem.
-        Als er bezoek komt, heb ik geen controle over het gedrag van mijn hond.
-        Mijn hond voelt zich eenzaam als ik hem alleen laat.
Herken je één of meerdere van die moeilijkheden? De oorzaken kunnen uiteenlopend zijn, en er zijn verschillende manieren om ermee om te gaan. Maar één ding is zeker: je hond heeft een sterke leider nodig. En dat is niet hetzelfde als een trainer.
Ontdek in dit artikel hoe jij je manier van leidinggeven kan verbeteren, om een sterke connectie op te bouwen met je hond.

Wat is leiding geven?

In tegenstelling tot hondentraining, waarbij je gedrag aanleert met beloning of straf, versterkt leiding geven de connectie tussen jou en je hond. Je begeleidt je hond, zodat hij steun ervaart en zich goed voelt bij de manier waarop jij met hem omgaat. Hij zal zijn aandacht automatisch meer op jou richten, in plaats van zich te laten beïnvloeden door andere dingen.

Geen leiderschap, geen controle

Een voorbeeld:
Stel, je bent met je hond alleen thuis. Je vraagt hem om even op je te wachten terwijl jij iets uit je auto haalt, die aan het huis geparkeerd staat. Je hond doet het perfect. In neutrale omstandigheden luistert hij ook prima als je hem roept. Mooi! Je hebt connectie met je hond, en hij kan zelfstandig op je wachten als je hem dat vraagt.
Maar… plots gaat de deurbel.
Onmiddellijk wordt je hond emotioneel. Hij begint te blaffen en rent naar de voordeur. Je roept hem, maar hij luistert niet. Je vraagt om te wachten, maar hij springt tegen je op, krabt aan de deur waar het bezoek door zal komen, en als de mensen binnenkomen springt hij hevig naar ze op. Jij probeert je hond tot bedaren te brengen, maar hij lijkt je niet te horen. Je hebt het gevoel dat je hond je negeert.
Deze situatie geeft jou een oncomfortabel gevoel, en je merkt bovendien dat je bezoek er ook allerlei gevoelens en gedachten bij heeft. Zowel je hond als je bezoek hebben invloed op jou, terwijl jij in deze situatie de controle en leiding zou moeten hebben.
Datzelfde patroon zien we in verschillende omstandigheden, zoals een hond die aan de lijn trekt, afgeleid is door andere honden, niet alleen kan blijven… Je krijgt geen vat op de situatie, en verliest de connectie met je hond. Je hebt het gevoel dat hij niet naar je luistert en dat je geen controle hebt.
Maar hoe pakt een goede leider het dan aan?

Een goede leider heeft invloed op de hond en de omgeving

Laten we even teruggaan naar het voorbeeld. Als jij op de juiste manier leiding geeft aan je hond, dan gaat het er helemaal anders aan toe:
Je hond raakt niet overprikkeld door de mogelijke komst van een bezoeker, maar richt zijn aandacht op jou. Hij kijkt hoe jij met de situatie omgaat, en als hij merkt dat jij alles onder controle hebt, komt hij onmiddellijk tot rust. Je hond luistert naar je, wordt niet overdreven opgewonden (behalve misschien een licht opgewekte reactie bij het geluid van de bel), en begroet het bezoek op een normale manier.
De rust die jij uitstraalt geeft ook je bezoek vertrouwen, waardoor ook zij naar je luisteren. Jij bent dus degene die de situatie controleert. Niet de hond. Niet het bezoek.
Leiding geven volgens de principes van de connectiemethode, werkt op dezelfde manier in alle omstandigheden waarbij je hond jouw leiding en steun nodig heeft.

Leiding geven begint bij jezelf

Leiding geven aan je hond, betekent dat je eerst de leiding moet nemen over jezelf. Bewust omgaan met jezelf, je hond en de omgeving is essentieel voor goed leiderschap.
Leiding geven volgens de connectiemethode gebeurt met de ingrediënten van mindfulness, en bestaat uit 5 factoren: vertrouwen, rust, duidelijkheid, concentratie en inzet.
1.     Vertrouwen
Vertrouwen ontwikkel je door kennis op te doen en door je vaardigheden te oefenen.
Het is onmogelijk om in het heetst van de strijd iets te veranderen aan jouw manier van leiding geven. Het is in de eerste plaats belangrijk om inzicht te krijgen in waarom je hond doet wat hij doet, hoe je met hem kunt communiceren en wat leiding geven juist inhoudt.
Daarnaast is het goed om te weten hoe je de kennis in praktijk brengt. Wat kan je doen zodat je hond je communicatie begrijpt, en jou als leider ziet?
2.     Rust
Leiding geven is een keuzehandeling. Het is belangrijk om je bewust te worden van je emoties, gevoelens, lichaamstaal en verbale taal. Wordt jouw communicatie gestuurd door emoties? Dan kan je geen leiding geven. Je hond aanvaardt in dat geval jouw leiderschap niet.
Een goede leider straalt rust uit, zowel met zijn houding als met zijn communicatie.
3.     Duidelijkheid
Leiding geven doe je door duidelijk te communiceren. De manier waarop jij je gedraagt, en waarop jij communiceert, moet je hond stabiliteit geven. Onduidelijkheid maakt jou onvoorspelbaar, waardoor je hond nerveus wordt en geen vertrouwen heeft in jouw leiderschapskwaliteiten.
4.     Concentratie
Om een betere leider te worden, zal je bestaande patronen moeten veranderen. En iedere verandering vraagt om concentratie. Zonder concentratie herval je immers snel weer in je oude manier van communiceren, waardoor je je hond niet goed kan begeleiden.
5.     Inzet en moed
Kennis opdoen over leiding geven is nog maar het begin. Er is namelijk een groot verschil tussen weten hoe het moet, en het effectief doen. Leiding geven vraagt om moed en doorzettingsvermogen, gevoed met vriendelijkheid, mildheid en geduld naar jezelf toe.

Van zelfleiderschap naar leiding geven aan je hond

Eenmaal je de leiding hebt genomen over jezelf, zal je hond automatisch ook je leiderschap ervaren. Dan zal je zijn gevoel en zijn gedrag écht kunnen beïnvloeden.
Je hond zal je met veel vertrouwen volgen en zich veel minder (of zelfs niet meer) laten afleiden door omgevingsprikkels. Integendeel, je hond zal - net als jij - vertrouwen en rust uitstralen, waardoor hij invloed krijgt op de omgeving.
Dat is een heel ander resultaat dan wanneer je je hond probeert te ‘trainen’ door middel van beloning of straf.

De beste hondentraining is leiderschap

Kies je ervoor om je hond beloningsgericht te trainen, dan geef je in principe alle controle aan de hond. Je hond is namelijk enkel gemotiveerd om te gehoorzamen wanneer hij zin heeft in een beloning. Als hij afgeleid is door iets anders, en dus geen motivatie heeft voor de beloning, zal hij niet naar je luisteren. Jij verliest je invloed, en je hond krijgt invloed op jou.
Bij straf is dat precies hetzelfde. Als jij je hond straft om bepaald gedrag te onderdrukken, dan gehoorzaamt hij je alleen maar omdat hij bang is voor de straf. En dat is de verkeerde reden. Hij zal situaties vinden waarin hij aan de straf kan ontlopen (als jij er niet bent, of als de strafmiddelen niet aanwezig zijn), en hervallen in zijn oude gewoontes.
Bij de connectiemethode daarentegen, past de hond zijn gedrag aan uit eigen keuze, omdat jij hem leiding en steun biedt in moeilijke situaties. Je communiceert met je hond vanuit zijn standpunt, en biedt hem veiligheid en vertrouwen.
Op die manier creëer je een  gelukkige hond, die jou op zijn beurt veel geluk en plezier zal bezorgen.

De Bolster Hondengedragsbegeleiding helpt je om de leider te worden van je hond.
Tijdens de cursus – 4 workshops van 3 uur – leer je alles over omgaan met je hond en over leiding geven, zodat je een diepe relatie met hem kunt bouwen.
Bovendien ontvang je het certificaat: Hondenverzorger – de connectiemethode.

maandag 5 augustus 2019

Je hond opvoeden met de connectiemethode


Hoe maak je je puppy zindelijk? Hoe ga je om met puppybijten? Hoe leer je je hond alleen blijven, aan de leiband lopen, en komen als je roept? Hoe ga je om met ongewenst gedrag? 
Het zijn uitdagingen die hondenverzorgers maar al te goed kennen. Maar als je weet hoe je ermee om moet gaan, wordt de opvoeding van je hond een waar plezier. Het resultaat? Je hond gelukkig, jij gelukkig.
Jouw verantwoordelijkheid als opvoeder
Omgaan met je hond is een oefening voor jezelf. Jij bent degene die je hond gaat opvoeden, dus jij neemt de verantwoordelijkheid om een sterke relatie op te bouwen. 
Een goede opvoeder heeft 3 basiseigenschappen: 
Eigenschap 1: Kennis over hondengedrag.
Eigenschap 2: Vaardigheden om goed met je hond om te gaan.
Eigenschap 3: Motivatie om je taak als hondenverzorger met liefde en geduld uit te voeren. 
Zorg ervoor dat jij aan die eigenschappen voldoet, en word de leider die je hond nodig heeft voor een gelukkig leven. 
Eigenschap 1: Kennis over hondengedrag
Om je hond geluk te laten ervaren, is een degelijke kennis over hondengedrag essentieel. Want hoe kan je hem geven wat hij nodig heeft, als je niet begrijpt wat zijn noden zijn?
De taal van je hond
Je hond leren begrijpen, begint bij zijn taal. De taal van de hond zegt alles over zijn emoties, zoals vreugde, angst, woede, verdriet, verbazing, hulpeloosheid en afkeer. Ook stress- en opwindingsniveau zijn van het lichaam af te lezen.
Hoe beter je je hond begrijpt, hoe beter je met hem kan communiceren.  
Een voorbeeld: Honden communiceren met drie verschillende houdingen: neutraal, hoog of laag. 
De neutrale houding
In een neutrale houding gedraagt je hond zich ontspannen tot licht opgewonden. Zijn lichaam ziet er ontspannen uit. Hij draagt zijn staart losjes, niet hoog opgericht of laag aangetrokken. 
In de neutrale houding staat je hond open voor communicatie. Communiceer zelf ook vanuit een open houding met hem. 
De lage houding
Een lage houding wijst op spanning, of zelfs angst. Je hond gedraagt zich bedrukt, zijn hoofd en staart zijn naar beneden gericht. In deze houding probeert hij om niet te veel op te vallen. 
Hij vraagt de ander om voorzichtig met hem te zijn of afstand te houden. Communiceer met hem door een houding aan te nemen waarmee je hem veiligheid en steun biedt. 
De hoge houding
In hoge houding is je hond meer opgewonden en actief. Hij wil zo snel mogelijk de situatie verkennen om te kijken of zijn veiligheid nog gewaarborgd is. In deze houding wil je hond de ander benaderen. 
Een hond in hoge houding geeft aan dat hij niet met zich laat sollen. Zorg ervoor dat je zelf rust en vertrouwen uitstraalt. Jouw lichaamstaal biedt je hond duidelijkheid, waardoor hij je zal volgen. 
Door je communicatie aan te passen aan het opwindingsniveau, en dus de houding, van je hond, kom je met hem in connectie. Duidelijke communicatie is de basis voor een goede relatie tussen jou en je hond.
Wil je meer kennis over de taal van de hond? Leer er alles over in de workshop De taal van de hond
Waarom doet je hond wat hij doet?
Inzicht in het natuurlijk gedrag van je hond, is een tweede stukje kennis dat onmisbaar is bij zijn opvoeding. Alleen als je begrijpt waarom je hond iets doet, kan je er op de juiste manier mee omgaan. 
Bijvoorbeeld: Je hond springt op. 
Honden springen op naar mensen tijdens de begroeting. Voor hen is dat heel normaal gedrag. Ze willen met hun neus de mondhoeken van de persoon aanraken om aan te geven dat ze goede bedoelingen hebben. 
Maar een hond kan ook hard tegen mensen opspringen om aan te geven dat de ander afstand moet houden en niet aan zijn lichaam mag komen. 
Als je weet dat je hond opspringt om te begroeten, kan je hem een alternatieve manier aanleren om hallo te zeggen. Een hond die hard opspringt, wil liever geen contact met de persoon. In dat geval help je hem met steun en leiding.
Het is belangrijk om te weten dat alles wat je hond doet, een reden heeft. Als je een goede leider wil zijn, is het essentieel dat jij die reden kent. Alleen dan kan je er gepast op reageren.
De basisnoden van je hond
Bij de connectiemethode beschouwen we de hondenliefhebber in de eerste plaats als een ‘verzorger’. Je kan pas goed voor een hond zorgen, als je zijn basisnoden kent. 
Als jij beslist een hond in huis te nemen, dan is dat altijd vanuit een bepaalde motivatie. Is je hond jouw partner voor lange wandelingen in de natuur? Helpt hij je bij een gevoel van eenzaamheid? Of wil je gewoon een extra vriend in de familie? Alle redenen zijn oké. Maar voor jij kan krijgen wat jij nodig hebt, moet je eerst kunnen geven wat je hond nodig heeft. Eerst zaaien, dan oogsten is een basiswet.
Honden hebben 5 basisnoden: veiligheid, voeding, plaats, steun en begrenzing. Die basisnoden invullen is altijd hun streefdoel. Het is hun belangrijkste beweegreden achter ieder gedrag.
Bij de connectiemethode vervul je onvoorwaardelijk de basisnoden van je hond. Als hondenverzorger ben jij immers verantwoordelijk voor zijn geluksgevoel.
Wil jij je kennis over hondengedrag uitbreiden? Volg dan de workshop: Je hond opvoeden met deconnectiemethode.
Eigenschap 2: Vaardigheden om goed met je hond om te gaan
Mindful communicatie
Je hond opvoeden met de connectiemethode betekent vriendelijk en geweldloos communiceren. Als je kennis hebt verworven over hondengedrag, zal je dat al aardig lukken. Maar communicatie met je hond is een vaardigheid die je moet oefenen. 
Het belangrijkste onderdeel van die vaardigheid is luisteren naar je hond. Alleen zo kom je te weten hoe hij zich voelt. Elk gedrag van je hond wordt gestuurd door zijn gevoelens. Je hebt er dus alle belang bij om met je hond in connectie te gaan, en erachter te komen hoe hij zich voelt. En dat lukt alleen als je ook kan voelen hoe het met jezelf gaat.
Daarom gebruiken we bij de connectiemethode de ingrediënten van mindfulness. Mindfulness is een bijzondere manier van aandacht hebben voor wat er zich in het moment stelt. Het helpt je inzicht te krijgen in de gevoelens van je hond, en het bijbehorende gedrag. Het juiste inzicht leidt tot juist denken, juist communiceren en juist handelen.
Wil je meer weten over vriendelijke en geweldloze communicatie met je hond? Dan nodigen we je graag uit voor de workshop Mindfulness voor hondenliefhebbers.
Juist handelen
Stel dat je hond trekt aan de leiband. Voor je de aanpak kan bepalen, is het belangrijk om eerst te weten waarom hij trekt. Vanuit welk gevoel en welke motivatie doet hij het? 
Blijheid? Je hond verwacht leuke dingen op een bepaalde plaats. Hij kan niet wachten om er naartoe te lopen en trekt aan de leiband.
Angst? Je hond ervaart angst in een bepaalde omgeving. Hij trekt aan de leiband om er zo snel mogelijk weg te zijn. 
Frustratie? Je hond is overprikkeld door de omgeving en trekt daardoor hard aan de leiband.
Stress? Je hond kan stress krijgen van jouw communicatie. Als jij zelf ook aan de leiband trekt, ontstaat er een strijd, waarbij er aan beide kanten getrokken wordt. Je eigen gedrag beïnvloedt in dit geval het gevoel en het gedrag van je hond.
Eenmaal je begrijpt waarom je hond doet wat hij doet, is het voor jou eenvoudiger om te weten hoe je zijn gedrag eventueel moet bijsturen. Het is een oefening om op de meest effectieve manier te handelen.
Wil jij ook je vaardigheden verbeteren? Dan verwelkomen we je graag in de workshop Samen wandelen aan de leiband
Eigenschap 3: Motivatie
Omgaan met je hond is een missie. Om succesvol te zijn is er inzet, motivatie en moed nodig. De opvoeding van je hond is een uitdaging met vallen en opstaan. Opvoeden is leuk, maar er staan je zeker ook moeilijkere momenten te wachten.
Zorg ervoor dat je zoveel mogelijk plezier beleeft aan het opvoeden van je hond. De plezierbeleving zou in ieder geval moeten overheersen op de moeilijke momenten. Plezier is de kracht die het mogelijk maakt om goed met uitdagingen om te kunnen gaan.
Ben jij gemotiveerd om goed met je hond om te gaan? 
  • Begin bij stap 1 en verwerf eerst kennis en inzicht over hondengedrag.
  • Schrijf in voor de basiscursus voor de hondenverzorger en bekom het certificaat “hondenverzorger volgens de connectiemethode”. In de basiscursus krijg je zowel de kennis als de vaardigheden die je nodig hebt om te slagen in je missie. 
  • Bij De Bolster Hondengedragsbegeleiding coachen we je bovendien persoonlijk, in onze private coaching sessies. We beloven dat het opvoedingstraject van je hond een plezier wordt, zowel voor jou als voor je hond.

maandag 29 juli 2019

Het gedragsprobleem van je hond oplossen met de connectiemethode


Uitvallen aan de lijn, blaffen, bijten, voorwerpen opeten, binnen plassen, opspringen, zich obsessief gedragen… het zijn enkele voorbeelden van dingen die onze honden doen, en die wij zien als gedragsproblemen. Je vraagt je af: Waar komt het gedrag vandaan? En hoe pak je het aan? Daar gaan we in dit artikel dieper op in.
De twee aspecten van probleemgedrag
Er zijn altijd twee aspecten bij probleemgedrag van je hond:
  1. Ten eerste ervaar jij een probleem met de manier waarop je hond zich gedraagt.
  2. En ten tweede heeft je hond stress, omdat hij het moeilijk heeft met bepaalde situaties. Stress brengt negatieve gevoelens mee, die zich uiten in frustratiegedrag, ongewenst gedrag of probleemgedrag. 

Als je op tijd inziet dat er iets scheelt, is er niets ernstigs aan de hand. Met het juiste inzicht, het juiste denken, de juiste communicatie en het juiste handelen, los je de problemen snel op. 
Welk gedrag ervaren we als probleemgedrag?
In de connectiemethode zijn er 7 categorieën van probleemgedrag: ongehoorzaamheid, opvoedingsproblemen, angst, eenzaamheid, agressie, overgevoeligheid en compensatiegedrag.
1. Ongehoorzaamheid: Je hebt het gevoel dat je hond niet naar je luistert.
2. Opvoedingsproblemen: Je hebt het gevoel dat je hond geen grenzen kent en daardoor ongewenst gedrag vertoont, zoals hard trekken aan de leiband of tegen het bezoek opspringen.
3. Angst: Je merkt dat je hond angstig is. Hij kan bijvoorbeeld bang zijn voor mensen, andere honden, verkeer, meerijden met de auto...
4. Eenzaamheid: Je hond vertoont gedrag dat erop wijst dat hij niet alleen kan zijn.
5. Agressie: Je hond gromt of hapt naar jou of naar andere gezinsleden. Misschien vertoont hij dreig- of bijtgedrag naar vreemde mensen of honden. Het typische uitvallen aan de leiband wordt door de meeste hondenverzorgers als agressief gedrag ervaren.
6. Overgevoeligheid: Je merkt dat je hond heel gevoelig is voor bepaalde prikkels. Hij is vaak opgewonden en vertoont hypergedrag. Onder bepaalde omstandigheden lijkt hij de zelfcontrole te verliezen en kan hij niet tot rust komen.
7. Compensatiegedrag: Onder deze categorie valt gedrag waaruit blijkt dat je hond een soort verslaving heeft ontwikkeld. Hij kauwt dan voortdurend op zijn bal of speelgoed of eet oneetbare voorwerpen. Hij is bijvoorbeeld voortdurend op zoek naar iets om te eten. Sommige honden jagen hun eigen staart achterna of zijn gefocust op schaduwen of lichtjes.
Een uitgebreide omschrijving van de 7 categorieën van probleemgedrag en hun oorzaak en aanpak vind je in het boek: Je hond opvoeden met de connectiemethode.
Eerst het gedragsprobleem van je hond begrijpen
Stop de strijd met het probleem
Onze natuurlijke reactie is om in strijd te gaan met het gedragsprobleem. Elke dag opnieuw vind je jezelf in dezelfde situatie, waardoor het probleem zich telkens herhaalt. Maar hoe meer je met het probleem in strijd gaat, hoe sterker het wordt. Doe je dan beter niets? Nee, niets doen is ook geen oplossing. Als je het probleemgedrag van je hond negeert, zal het snel buiten zijn oevers treden. Dan is de kans op een ernstig probleem groot. 
Wat kan je dan wel doen? Probeer eerst en vooral inzicht te krijgen in het probleemgedrag van je hond. 
Begrijpen waarom je hond het probleemgedrag vertoont
Als je niet weet wat het probleemgedrag precies inhoudt en wat de oorzaak ervan is, kan je er onmogelijk iets aan doen.
Stel dat je hond niet komt wanneer je hem roept. Dan kunnen deze vragen je meer inzicht geven in het probleem: Wanneer komt hij niet? Onder welke omstandigheden luistert hij niet? Sinds wanneer ervaar je dat probleem? Wordt je hond door iets afgeleid of is het een algemene gewoonte om niet te komen als je hem roept? Zou het kunnen dat je hond iets van je verwacht, zoals een beloning? Wil hij de controle over de situatie? Is hij bang om te komen? Kan jouw eigen gedrag een oorzaak zijn? Hoe voel jij je in dergelijke situatie? Voel je stress, angst, frustratie en hoe ga je met je eigen gevoelens om?
En vergeet zeker niet de belangrijkste vraag: Wanneer komt je hond wel als je hem roept? Hoe reageer je dan?
Neem de tijd om het probleem van je hond en jezelf goed te onderzoeken. Het is belangrijk dat je er een klare kijk op hebt voor je verder gaat met de oplossing.
Welke emoties en gevoelens sturen het probleemgedrag van je hond?
Achter ieder gedrag zitten emoties en gevoelens. De connectiemethode is vooral geïnteresseerd in hoe honden zich voelen, en hoe ze met hun gevoelens omgaan. De motivatie van je hond is altijd een bepaald gevoel. Hij stelt het gedrag om met dat gevoel om te gaan.
Stel dat je aan het gedrag van je hond gaat werken, zonder te weten welk gevoel erachter schuilt. Dan is de kans groot dat je het gedrag gaat onderdrukken, waardoor zijn gevoelens juist sterker worden. Het gevolg is dat het probleemgedrag van je hond toeneemt of dat er ander probleemgedrag in de plaats komt.
Je kan de emoties van je hond herkennen aan zijn manier van communiceren. Vooral de lichaamstaal zegt veel. Het is belangrijk om die goed te lezen, want het probleemgedrag van je hond is een rechtstreeks gevolg van hoe hij zich voelt.
Je kunt de emoties en gevoelens van je hond beter leren begrijpen door de workshop over de taal van de hond te volgen.
Stel dat je hond uitvalt naar andere honden als hij aan de leiband is. Hoe is zijn lichaamstaal? Heeft hij een lage houding? Dan is hij angstig. Is zijn houding hoog? Dan ervaart hij woede. Of is zijn houding onduidelijk, en kwispelt hij ook terwijl hij naar de andere hond blaft? Dan geeft hij aan dat hij zich gespannen voelt, maar toch naar de andere hond toe wil gaan om kennis te maken.
Hoe ga jij om met het probleemgedrag van je hond?
Omgaan met probleemgedrag kan best lastig zijn. Het bezorgt je kopzorgen, stress en frustratie. Maar er is niets mis met stress. Belangrijk is de manier waarop je met stress en frustratie omgaat. Draagt jouw reactie bij tot de oplossing, of maakt ze het probleem net erger? 
Om zo snel mogelijk tot een oplossing te komen, wees je bewust van de manier waarop jij omgaat met het probleemgedrag van je hond:
  • Kijk naar je eigen gevoelens. Ben je boos, angstig, verdrietig, teleurgesteld, wanhopig?
  • Kijk naar hoe je denkt. Hoe zie jij je hond op het moment dat hij ongewenst gedrag vertoont? Zie je hem als een dader, of net als een slachtoffer? Label je hem als angstig, agressief, dominant…? Wat denk je over jezelf?
  • Kijk naar je gedrag. Wordt je gedrag gestuurd door jouw emoties, gevoelens en gedachten of maak je bewuste keuzes? Een emotionele reactie heeft meestal als doel om je eigen gevoelens te onderdrukken, en heeft zelden het juiste effect. Een bewuste handeling daarentegen, komt vanuit inzicht en is doordacht. Juist handelen leidt tot oplossingen. Wordt je gedrag en gevoel beïnvloed door wat anderen over jou en je hond denken? Heb je het gevoel de controle te hebben over wat je doet, of reageer je op het probleemgedrag vanuit een automatisme?
Je kunt je bewuster worden van emoties, gevoelens en gedachten door mindfulness te beoefenen.
Je inzicht samengevat
  • Stop de strijd met het probleemgedrag
  • Wat houdt het probleemgedrag van je hond in en waarom vertoont hij het?
  • Welke emoties en gevoelens zitten er achter het probleemgedrag van je hond?
  • Hoe ga je zelf om met het probleemgedrag van je hond en wat is het effect?
7 tips om met gedragsproblemen van je hond om te gaan
Tip 1 - Liefde en geduld boven training
Trap niet in de valkuil: probeer het probleemgedrag van je hond niet op te lossen door gedragstherapie of gedragstraining. Je hond heeft geen training nodig, maar wel jouw steun en leiding. Handel met liefde en geduld. 
Stel jezelf de vragen: Hoe gaat het met mijn hond? Wat wilt hij? Wat heeft hij nodig? Wat kan ik voor mijn hond betekenen? En wat kan ik doen, zodat we allebei meer geluk ervaren?
Tip 2 - Ga de dans aan met het probleem
Nadat je inzicht hebt verworven in het probleemgedrag van je hond, ga er dan de dans mee aan.  Zie het gedrag van je hond niet meer als een probleem, maar als een mogelijkheid om samen te groeien. Accepteer je hond zoals hij is, en help hem omgaan met zijn moeilijkheden, zodat hij gelukkiger wordt. Je zal zien dat het probleemgedrag vanzelf verdwijnt. 
Tip 3 - Pas de omstandigheden aan
Je kan gevoelens als angst en frustratie omvormen tot vertrouwen, vrede en vreugde. Dat doe je door de omstandigheden aan te passen die het probleemgedrag van je hond veroorzaken. 
Als we opnieuw het voorbeeld nemen van de hond die niet terugkomt als je hem roept, dan zou je hem vanaf nu enkel nog kunnen loslaten in veilige omstandigheden, en wanneer je tijd hebt. Zo is er geen stress, angst of frustratie als hij niet onmiddellijk gehoorzaamt. Zo kan je hond vertrouwen ontwikkelen, waardoor het voor hem vanzelfsprekend wordt om te komen als je hem roept. Vanaf dan kan je hem overal waar het veilig is laten loslopen en zal hij altijd naar je luisteren.
Tip 4 - Toon begrip voor het gedrag van je hond
Je hond is nooit stout. Honden dragen geen enkele verantwoordelijkheid voor hun gedrag. Toon dus altijd begrip voor wat je hond doet. Wees beschikbaar voor hem, nodig hem uit om te doen wat jij vindt dat goed voor hem is en heb geduld.
Tip 5 - Geef je hond extra waardering als hij stappen vooruit zet
Communiceer vanuit een onvoorwaardelijke houding. Verwacht niets van je hond, maar wees oprecht gelukkig voor hem als hij een stapje vooruit zet. Communiceer vriendelijk, geweldloos en vanuit het hart. Toon dat je van hem houdt. 
Onvoorwaardelijke liefde voor een hond is iets anders dan gewenst gedrag belonen met snoepjes. Beloningen staan een echte connectie in de weg. Gedrag is dan afhankelijk van de motivatie van je hond. Als je hond geen zin heeft in een beloning, zal het gewenst gedrag zich niet stellen maar zal het probleemgedrag weer de kop opsteken. 
Waardering tonen voor wat je hond doet komt vanuit jouw hart en wordt ontvangen via zijn hart. Dat is een 100% natuurlijke gebeurtenis. Waardering vanuit het hart werkt pas echt versterkend voor de connectie, en zorgt voor waar geluk.
Tip 6 - Wees het voorbeeld voor je hond
Leiding geven doe je door een voorbeeld te zijn. Toon je hond hoe jij de situatie aanpakt en zorg ervoor dat jullie er beide gelukkiger door worden. Pak de probleemsituatie aan met vertrouwen, duidelijkheid, rust en moed. Je hond zal opmerken hoe jij met de situatie omgaat en je voorbeeld volgen.
Tip 7 - Bewaak de grenzen van je hond
Het is belangrijk om de grenzen van je hond te kennen, en goed te bewaken. Vaak kan je het probleemgedrag voorkomen door je hond niet in te moeilijke situaties te brengen. 
Wees hem altijd een stapje voor, en begeleid hem naar gewenst gedrag. 
Zie je dat je hond toch op het punt staat om ongewenst gedrag te vertonen? Dan kan je begrenzende communicatie gebruiken op een vriendelijke en zelfzekere manier. Maar doe het wel op tijd, namelijk al bij de intentie. Vertoont je hond het ongewenst gedrag al, dan is het te laat om te begrenzen. Blijf dan rustig en pas de omstandigheden aan.
Samenvatting van omgaan met probleemgedrag
Tip 1 - Liefde en geduld boven training.
Tip 2 - Ga de dans aan met het probleemgedrag.
Tip 3 - Creëer de juiste omstandigheden zodat stress, angst en frustratie kunnen transformeren tot veiligheid, vertrouwen, vrede en vreugde.
Tip 4 - Toon begrip voor het gedrag van je hond. Hij is nooit stout en draagt geen verantwoordelijkheden.
Tip 5 - Ontwikkel onvoorwaardelijke liefde voor je hond en waardeer hem extra wanneer hij een stapje vooruit zet.
Tip 6 - Wees het voorbeeld voor je hond. Hij zal je volgen.
Tip 7 - Bewaak de grenzen van je hond.
Hopelijk kun je met deze tips aan de slag om het geluk van jou en je hond te versterken.

Heb je hulp nodig?
Laat je begeleiden met de connectiemethode
Bij De Bolster Hondengedragsbegeleiding hebben we de expertise en ervaring in huis om jou en je hond op een effectieve manier te begeleiden bij probleemgedrag. 
We verwerven samen het juiste inzicht over het probleem en bepalen hoe je er op de meest effectieve manier kunt mee omgaan. Vervolgens coachen we je op het pad van de oplossing, aan de hand van de connectiemethode.
Je hebt de keuze uit begeleiding in groep, samen met andere hondenliefhebbers of individuele begeleiding, samen met je hond.
Misschien vind je het fijn om een cursus te volgen, en samen met andere hondenverzorgers te leren hoe je het probleemgedrag van je hond op een effectieve manier oplost.
De cursus omvat 4 workshops van 3 uur.
Bij individuele coaching maken we een afspraak voor een privéconsult. De opvolging bestaat uit 3 terugkeermomenten van 1 uur.
Maak nu een afspraak voor de eerste sessie: het privéconsult.


donderdag 29 maart 2018

Pica en coprofagie bij honden

Soms hebben honden een drang om allerlei dingen op te eten, zowel oneetbare voorwerpen als voedingsresten, verpakkingen en ander afval tot zelfs hondenpoep.
Dergelijk gedrag kan gevaarlijk zijn waardoor mensen zich terecht zorgen maken.

Normaal gedrag van een puppy

Jonge hondjes onderzoeken de wereld en nemen dingen die ze interessant vinden in hun muil. Op zich is daar niets mis mee. Als ze de puppytijd voorbij zijn zou dit gedrag vanzelf dienen op te houden.

Angst van de hondenverzorger is vaak de oorzaak

Omdat mensen zich zorgen maken dat hun puppy het afval zou opeten, probeert men er alles aan te doen om, indien men merkt dat de pup iets in zijn muiltje heeft, het eruit te halen. Daar ligt een valkuil. In principe zullen pups geen oneetbare dingen opeten. Ze onderzoeken het, dragen het wat rond en zullen het vervolgens laten vallen. Maar als men het voorwerp of stuk afval wil afnemen communiceert men het eigen conflictgevoel naar de pup. Daardoor zal de pup ook een conflictgevoel ervaren en kan het zijn dat hij het voorwerp doorslikt. Er ontstaat daardoor mogelijks een geritualiseerd conflict waardoor de pup gefocust geraakt op afval en het onmiddellijk gaat doorslikken.

Geritualiseerde conflictsituatie

Contexten waar de pup of jonge hond conflicten heeft ervaren i.v.m. met het nemen van voorwerpen (stof, plastiek, e.a.) worden conflictcontexten. Daardoor geraakt de hond gefocust op die voorwerpen. Bij de minste onoplettendheid steelt de hond een typisch voorwerp en durft het op te eten - zie verder eten van oneetbare voorwerpen door stress.

De oplossing


1. de omstandigheden veilig te maken

Vermijd plaatsen waar veel afval ligt, ga niet wandelen als het donker is, blijf met je aandacht bij het gedrag van de pup, zorg ervoor dat de pup of jonge hond geen toegang heeft tot de voorwerpen die hij wil stelen en opeten, houd de jonge hond tijdens de wandeling aan de lange leiband).

2. Maak onderscheid tussen dingen die wel - of niet gevaarlijk zijn.

Neemt de pup iets ongevaarlijk in zijn muiltje, gebaar dan dat je het niet ziet. Slikt hij het door, geen probleem, het zal er samen met de ontlasting weer uitkomen. Het belangrijkste is dat het geritualiseerd conflict kan uitdoven.

Los in noodsituatie procedure

Neemt de pup wel iets gevaarlijk in zijn muiltje dan dien je de "los in een noodsituatie procedure" toe te passen.
Zorg dat je enkele lekkere snoepjes bij je hebt.
Op het moment dat de jonge hond iets in zijn muil neemt zeg je "zoek de snoepjes" en gooi je enkele lekkere snoepjes in zijn buurt, zichtbaar op de grond. De pup zal het voorwerp laten vallen om de snoepjes op te eten. Gooi vervolgens nog enkele snoepjes weg van het voorwerp zodat hij er afstand van neemt, laat de pup de snoepjes opeten en ga vervolgens gewoon verder of neem het voorwerp rustig weg.

Snoepjes zijn geen oplossing

De snoepjes dienen om een gevaarlijke situatie ongevaarlijk te maken en zijn geen oplossing voor het probleem op zich. De belangrijkste oplossing is om niet meer met de pup of jonge hond in conflict te gaan.

Oneetbare dingen eten door stress en frustratie

Er zijn ook honden die oneetbare dingen opeten om met stress om te gaan.
Dit ligt wat moeilijker.

Stress zorgt voor negatieve gevoelens. Honden weten heel snel dat eten goede gevoelens laat ontstaan. Eenmaal ze vertrouwd zijn met het goede gevoel dat bij het eetgedrag hoort, kunnen ze hun negatieve gevoelens compenseren door op zoek te gaan naar allerlei oneetbare dingen. Meestal stof, verpakkingen en hondenpoep.
Doordat hun mensen dit niet leuk vinden en bang zijn dat hun hond gezondheidsproblemen gaat krijgen, gaan ze andermaal met de hond in conflict. Daardoor worden de negatieve gevoelens versterkt en neemt het eten van oneetbare dingen toe. Het wordt dwangmatig gedrag.

Advies

- Neem eerst contact op met je dierenarts om na te gaan of er geen gezondheidsproblemen zijn die het onveilig eetgedrag heeft doen ontstaan.
- Neem contact op met een gedragscoach, - therapeut of gedragsdierenarts. Door middel van een gedragsconsult dient de oorzaak van de stress bepaald te worden.
- Ga samen met een gedragscoach aan de slag om de omgeving voor je hond aan te passen zodat de stress kan dalen en om de hond er op een andere manier mee te leren omgaan.

In ieder geval: een hond met dwangmatig zoekgedrag naar oneetbare dingen heeft zorg nodig en geen straf.
Voor meer info en begeleiding kun je steeds contact opnemen via mindwise.be. We helpen je graag verder.